vrijdag 19 januari 2007

Vastgoed op NA en de NLse deelnemingsvrijstelling

In Nederland is de belasting op winst met ingang van 1 januari 2007 aanzienlijk gewijzigd. Naast een verlaging van het tarief van 29,6% naar 25,5% zijn er ook veranderingen die investeren op Curaçao aantrekkelijk maken. Hierna zal verder worden ingegaan op wat de gevolgen zijn van met name het nieuwe Nederlandse deelnemingsregime.

Nederlandse deelnemingsvrijstelling tot 1 januari 2007
De belasting op winst kent zowel op de Nederlandse Antillen als in Nederland een regeling die voorkomt dat winst twee keer wordt belast. Immers als de aandelen van een vennootschap gehouden worden door een andere vennootschap dan zou een winstuitkering van die ene vennootschap opnieuw belast kunnen zijn bij de ontvangende vennootschap. De zogenaamde deelnemingsvrijstelling heeft juist tot doel winsten en verliezen welke zich voordoen in een deelnemingsverhouding, slechts éénmaal in de heffing te betrekken. Dit wordt bereikt door de voordelen uit hoofde van de deelneming (dat wil zeggen zowel de dividenden als de koerswinsten maar ook de koersverliezen) bij de houdster van de deelneming vrij te stellen.
Voor aandeelhouders binnen Nederland is het hebben van een belang van vijf percent voldoende. Bij het houden van aandelen van een buitenlandse deelneming gelden tot 1 januari 2007 twee extra eisen: de aandelen mogen niet “ter belegging” worden gehouden en de buitenlandse vennootschap moet in het land van vestiging aan een winstbelasting onderworpen zijn. Daarnaast is er de mogelijkheid, dat wanneer een bezit minder bedraagt dan vijf percent, dit onder omstandigheden toch als een deelneming wordt aangemerkt.

Nieuwe deelnemingsvrijstelling vanaf 1 januari 2007
In de nieuwe regeling is er sprake van een deelneming indien tenminste 5% van het nominaal gestorte kapitaal wordt gehouden. Daarnaast geldt als enige eis dat de deelneming niet kwalificeert als een laagbelaste beleggingsdeelneming. Het bezitsvereiste wordt een harde grens; belangen kleiner dan 5% worden niet aangemerkt als deelneming. Wat dit precies inhoudt wordt hierna besproken.

Laagbelaste beleggingsdeelneming
Wanneer kun je spreken van een laagbelaste beleggingsdeelneming? Hiervan is sprake indien:
- de bezittingen van de vennootschap grotendeels, dat wil zeggen voor meer dan 50%, onmiddellijk of middellijk, bestaan uit vrije beleggingen; en
- het lichaam niet is onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een heffing naar een tarief van tenminste 10% over een naar Nederlandse maatstaven bepaalde belastbare winst.

Wanneer een deelneming dus aan beide bovengenoemde vereisten voldoet is de Nederlandse deelnemingsvrijstelling niet van toepassing.

Vrije beleggingen
Eveneens nieuw in deze context is het begrip vrije beleggingen. Dit zijn beleggingen die niet redelijkerwijs nodig zijn voor de onderneming. Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel werd aangegeven dat bijvoorbeeld het fabriekspand van een fietsenfabriek voor deze onderneming geen belegging is. Ook een onder hypothecaire zekerheid verstrekte geldlening door een financiele instelling aan een particulier is geen vrije belegging. In deze gevallen is er sprake van een rol in de normale uitoefening van de onderneming. Of sprake is van vrije beleggingen zal in de praktijk dus steeds moeten worden bekeken aan de hand van de feitelijke situatie.

Heffing van tenminste 10%
Daarnaast zal ook aan de eis van 10% winstbelasting moeten worden voldaan. Deze eis houdt in dat de winst berekend moet worden naar Nederlandse maatstaven en dat over die winst tenminste 10% belasting verschuldigd moet zijn. De keuze voor een effectief tarief van 10% of meer heeft tot gevolg dat normaliter in de EU-verhoudingen de deelnemingsvrijstelling zal gelden, nu de EU landen allen een tarief kennen van tenminste 10%. Ook op de Nederlandse Antillen geldt een tarief van tenminste 10% en daar komt bij dat de wijze waarop de winst wordt berekend vergelijkbaar is met de Nederlandse maatstaven.

Gevolgen voor (Antilliaanse) vastgoedvennootschappen
Voor vennootschappen met voornamelijk vastgoedbeleggingen is er een nadere tegemoetkoming opgenomen in het wetsvoorstel. Er is in deze context sprake van een vastgoedvennootschap wanneer de bezittingen van een vennootschap voor minimaal 90% bestaan uit onroerende zaken. Een vastgoedbelegging wordt namelijk geacht meer vergelijkbaar te zijn met een actieve onderneming dan met een mobiele belegging (een belggeing die snel van de hand kan worden gedaan). De onroerende zaken zijn dan geen “vrije beleggingen”. Deze regel wordt ook toegepast als de deelneming zelf ook weer aandelen houdt in een andere vennootschap die onroerende zaken bezit. De deelnemingsvrijstelling is dan wel van toepassing.

De reden om deze tegemoetkoming op te nemen ligt in de wijziging van het Nederlandse afschrijvingssysteem. Door de nieuwe Nederlandse regels met betrekking tot afschrijving van vastgoed is de winst al snel hoger dan berekend met de lokale regels. Daardoor zou een dergelijke deelneming dus nooit voldoen aan een heffing naar een tarief van tenminste 10% over een naar Nederlandse maatstaven bepaalde belastbare winst. Nu er geen sprake is van vrije beleggingen zal de deelnemingsvrijstelling wel van toepassing zijn.

Kijkend naar het nieuwe regime van de deelnemingsvrijstelling moet overigens worden opgemerkt dat voor actieve, kwalificerende vastgoedvennootschappen sowieso niet meer wordt toegekomen aan het onderworpenheidsvereiste waardoor de deelnemingsvrijstelling van toepassing is.


Conclusie
Nu op de Nederlandse Antillen een winstbelastingtarief geldt van 30%, exclusief eilandelijke opcenten, zal een aan dat tarief onderworpen vennootschap niet snel een laagbelaste beleggingsdeelneming zijn. In dat geval zal de Nederlandse aandeelhouder de deelnemingsvrijstelling kunnen genieten.

Wanneer een vennootschap kwalificeert als een laagbelaste beleggingsdeelneming - omdat de bezittingen bestaan uit meer dan 50% aan vrije beleggingen is de Nederlandse deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op voordelen uit deze vennootschap wanneer er eveneens niet voldoende winstbelasting wordt geheven. Wanneer minimaal 90% van de activa van een vennootschap bestaat uit vastgoed, is er sprake van een vastgoedvennootschap. Een dergelijke vastgoedbeleggingsdeelneming wordt in het nieuwe wetsvoorstel uitgezonderd van de laagbelaste beleggingsdeelnemingen, waardoor de deelnemingsvrijstelling wel van toepassing is. De voordelen uit een deelneming waarvan minimaal 5% wordt gehouden zijn dan vrij van belasting op de winst, ook wanneer er geen sprake is van voldoende belastingheffing bij deze vastgoedvennootschap.

Beleggende personen kunnen hierdoor vanuit Nederland investeren in onroerende zaken op de Nederlandse Antillen zonder dubbel belast te worden.

Curaçao januari 2007 mr Xandra M. Kleine-van Dijk, partner Spigthoff Advocaten en Belastingadviseurs, xandra.kleine@spigthoff.com, www.spigthoff.com.

0 reacties: