
Vier weken lang trainden een peloton van de 32ste infanteriecompagnie van het Korps Mariniers uit Aruba en een peloton van 11 Luchtmobiele Brigade uit Nederland in de verzengende, vochtige hitte van het Surinaamse oerwoud. Daar tussen de brulapen, vogelspinnen, giftige slangen, malariamuskieten en lawaaibomen, bekwaamden zij zich in het overleven, verplaatsen en vechten in de jungle.
Om de lijfspreuk 'Qua Patet Orbis' – zo wijdt de wereld strekt – waar te maken, trainen eenheden van het Korps Mariniers zowel in de bergen, arctische gebieden, de woestijn als in de jungle. Sinds 2002 vindt deze zogenoemde 'Jungle Warfare Course' weer plaats in Suriname.
Als eerste moesten de cursisten hun 'angst' voor de jungle overwinnen en dat lukt alleen als ze deze leren kennen en erin kunnen overleven. Bij aankomst in Suriname leerden de cursisten dan ook eerst de fijne kneepjes van jagen, vissen en het bouwen van een bivak met natuurlijke materialen. Opgedane kennis die de mannen enkele dagen later in de praktijk konden toepassen, toen ze acht dagen lang in de bush moesten leven en trainen.
In deze periode kregen de mannen te maken met een nieuwe uitdaging: verplaatsen door het oerwoud. Dit gebeurt met alleen een kompas en een flinke dosis basisvaardigheden. Het dikke bladerendak van het regenwoud houdt namelijk elk signaal tegen, dus een 'Global Positioning System' biedt hier geen uitkomst. Daarnaast bemoeilijkt de dichte, lage begroeiing de oriƫntatie en navigatie. Deze zogenoemde 'secondary jungle' biedt ook dekking aan vijanden, wat vechten in de jungle anders maakt. Een punt dat veel aandacht kreeg tijdens het beoefenen van gevechtshandelingen. Ook 'rivercrossings', het leggen van hinderlagen en 'life firing' kwamen hierbij aan bod. De 'Jungle Warfare Course' werd afgesloten met een pittige eindoefening, waarin alle elementen nog eenmaal aan bod kwamen.(bron Koninklijke Marine)
0 reacties:
Een reactie plaatsen