Mijn verloofde en ik rijden in onze Volvo 940 naar Koral Tabak, ergens boven Willemstad. In de cd-speler zit (uiteraard) wat hip-hop: we moeten als Wigga’s wel een beetje in stijl aankomen natuurlijk. Terwij Tego de luidsprekers laat rammelen maakt de gatenkaas die door moet gaan als ‘asfalt’ het leven van de schokdempers zuur. Als we bij een geïmproviseerd hek aankomen, kijken Iris en ik elkaar een beetje vreemd aan. “We komen voor de races op Koral Tabak”, zeg ik tegen de man die de ketting in zijn handen houdt.
Ja, rechtdoor, achter die brommers aan. Vijf gulden per auto…”
“Schat, jij hebt mijn portemonnee toch?”
“Ja, ergens, geloof ik…”, zeg ik een beetje vaag, omdat ik echt niet wist dat ik die bij me moest hebben.
Ik graai wat in mijn zakken en haal mijn eigen, beurs met plastic geld uit mijn zak.
“Uhm… kunnen we ergens pinnen, vraag ik ietwat dozerig.”
“haha…nee natuurlijk niet”, lacht hij ietwat ironisch. “rij maar door swa.”
“Danki!”
Ik rij keurig achter de twee brommers aan…tenminste tot het moment waarop de twee scooters besluiten een zandheuvel over te schieten.
“Uhm, schat? Waar moeten we heen?”
We staan voor een T-splitsing… zonder bordje die de races aangeven, zonder enige wegbewijzering eigenlijk; in ‘the middle of nowhere’.
“Geen idee…”
Ik zie een opgeleukte Lancer in mijn achteruitkijkspiegel.
“Wacht maar even…”
Als de Lancer om ons heen rijdt en linksaf slaat, volg ik hem maar. Het is niet dat er iets anders in de buurt is wat het bezoeken waard zou kunnen zijn.
Na een kleine vijf minuten rijden over: rotsen, kuilen en koraal horen we het gejank van motoren.
“Ah, we zijn in de buurt!”
Beiden met een brede, tevreden glimlach, kijken we om ons heen. Zoekend naar bandenrook en gepimpte Japanners.
Voor ons doemt een strip asfalt op. Langs de baan staan opeengepakte groepen getatoeëerde Antilianen. Uiteraard met hun – eveneens getatoeëerde - ‘dushi’s’. Onze Volvo is wel heel huiselijk als je de rest van de vier- en tweewielers bekijkt. Geblindeerde Toyota’s, Audi’s (wel zeldzaam) en vooral pick-ups met groepen jongeren. Ow, niet te vergeten de motoren met verlengde achterbruggen.
We gooien de blauwe burgerbak langs de baan tussen twee pick-ups in. Even worden we wat vreemd aangekeken. Alsof ze denken: ‘Zo, die Makamba’s zijn wel heel erg verdwaald.’. Iris wordt overigens overduidelijk meer geaccepteerd dan ik. Het is ook verwonderlijk hoe naturel ze op de motorkap hangt. Oefening gehad?
“Die gasten moeten echt een keer hun nek verrekken”, meldt ze me als er weer eens een kerel veel te lang omkijkt, terwijl hij mij professioneel negeert.
“Het zou wel te grappig zijn als hij nu zijn auto in de struiken rijdt. Het zou toch rond vijf uur beginnen?”
“Ja, vijf uur Antilliaanse tijd.”
“Okee… een uurtje of zes dus.”
“Ja, of half zeven…”
Op dat moment beginnen een paar motorrijders met hun Hayabusa’s op het asfalt te ‘tekenen’. Eerst zien we een grote blauwe waas optrekken bij de ‘start’. Opeens schiet er onder begeleiding van veel gejank een rode vlek voorbij; niet te volgen als je niet wéét dat er een motorfiets voorbij zou moeten komen.
“Jezus………dat is echt niet normaal hoe hard die ging”.
De Antillianen die naast ons staan, gaan helemaal uit hun dak, wat gepaard gaat met wild zwaaiende armen met flesjes Cola (valt weer mee!), hard geschreeuw, gelach en gewijs.
Een rode Audi probeert de aandacht te trekken door wat te driften en vol gas over de stoffige, hobbelige wegen te racen. Als hij echter de handrem aantrekt en vol de bosjes inschiet, verschuift onmiddellijk de aandacht van het publiek. Armen vol tattoos wijzen en klappen op bovenbenen. Iris en ik horen duidelijk het schatergelach van de grote groep Anitillianen. En dat boven het motorgeronk uit! Fantastisch; deze mensen kunnen zo uitbundig lachen en genieten… daar kunnen Nederlanders nog wat van leren! De Audi rijdt rustig de weg af richting Willemstad. Een krasje of vier en een flinke deuk in zijn ego rijker.
“Zo, die staat echt voor lul! Keihard lopen posen en dan de weg af schieten! Oei.”
“Nogal”, reageert Iris. “Ik denk niet dat hij nog terug komt, haha”.
Na een minuut of vijf uitlachen, gaan de races weer door. Als bezetenen gooien de racers het gas open om elkaar voor te blijven. Met een kilometertje of 200 per uur en rokende achterwielen schieten de coureurs over het asfalt. Af en toe komt het voorwiel even los als ze doorschakelen met het gas vol open. Ik schud een beetje ongelovig met mijn hoofd.
‘Zo hard… echt krankzinnig’.
“Dit heb je niet in Nederland hè?”
Een van de kerels naast Iris en mij spreekt me aan.
“Nee, niet echt…” (ik dacht: daar hebben we regels…maar goed) “haha… waarom denk je dat ik hier ben?”
De man wenkt naar een van de coureurs om hem even een privé-show te laten geven. Een goed gezette Antilliaan op een blauwe Yamaha trekt het gas goed open om het achterwiel in de verlengde achterbrug te laten spinnen. Als er genoeg rook gemaakt is, laat hij de rem los om met een krankzinnige drift, eng dicht langs de railing het ons naar onze zin te maken. Dit is duidelijk iets wat de ‘locals’ geweldig vinden. En ik moet zeggen: het is ook vermakelijk.
“Je moet foto’s maken!”
De man kijkt me enthousiast aan… duidelijk vermaakt door het feit dat er een stel makamba’s langs de baan staan te genieten.
Dit is blijkbaar de manier om te integreren; met je dushi op zondagmiddag naar malloten op motoren kijken. En als er een poser de baan afschiet, hem keihard uitlachen.
“Ik zou maar niet driftend wegrijden”, zegt Iris als we op het punt staan weg te rijden. “Nee, lijkt me niet verstandig”.
Ze pakt de sleutel, keert de auto en laat me instappen. Ze kent me: ik kan het toch niet laten weg te rijden zonder íets te veel gas te geven. Ik begin al aardig in te burgeren…
Voor een filmpje van Koral Tabak, kijk op
www.alpha-audio.nl