Iris en ik lopen het kantoor van de SVB (sociale verzekeringsbank) binnen, om me als ziek aan te melden. Ik loop al een tijdje met koorts, hoofdpijn en weet ik wat allemaal rond. Eergisteren even bij de huisarts een briefje gehaald (lekker in de auto met een maag die omdraait), maar bij de derde dag moet je naar het verzekeringskantoor om te bewijzen dat je nog steeds ziek bent. Ik zie het al helemaal voor me: al kotsend over het bureau van de SVB-arts hangen en met je mond, druipend van het braaksel zeggen: ‘nu overtuigd, mevrouw?’.
Ik weet toevallig waar het loket is om je aan te melden bij de arts, dus ik kan lekker efficiënt aansluiten in de rij…tenminste, dat dacht ik.
“Waar komt u voor meneer? De arts?”
“Ja, ik moet me aanmelden.”
“Okee… dan moet u hier een nummertje trekken.”
“Pardon? Ik heb me nog niet gemeld bij deze vrouw hoor…”
“Nee, dat weet ik, maar om in die rij te staan, moet je een nummertje hebben.”
De man drukt op een knopje en het apparaat print een briefje met nummer 680.
“U kunt op dat bord kijken en wachten totdat 680 verschijnt. Hij is nu op 676, dus u moet nog………. 4 mensen wachten”.
‘okee…ik moet dus een nummertje trekken om in de rij te mogen… dit is compleet idioot!’
“Dank u…”
Verrassend genoeg hoefde ik niet zo lang te wachten om in de rij te mogen staan. Na een minuut of tien was ik aan de beurt om achteraan te sluiten en mocht ik een kwartiertje wachten voordat ik een formulier mocht invullen met waarom ik thuis wilde blijven. Vervolgens mocht ik een uurtje of twee in de verte staren met een koortsig hoofd en maagkramp om in de volgende rij aan te sluiten. Na die rij is de verlossing, Jaap… Nog even bijten…
“Jaap Veenstra!” Ik heb me nog nooit zo verlost gevoeld.
“Yes…”
“English or Dutch”
“Both will do fine…”
Ze kijkt me een beetje vreemd aan. ‘Haha… nu is het mijn beurt om te narren’.
“What seems to be the problem, mister Veenstra”
“Nou, ik ben misselijk, heb hoofdpijn en heb koortsvlagen”.
“Ow, u bent wel Nederlands.”
“Dat vroeg u niet… U vroeg welke taal ik prefereerde. Dat maakt mij niet uit, haha”.
Gelukkig kon ze er ook om lachen.
“Heeft u pijn achter uw ogen?”
“Nee, alleen erboven.”
“Moe?”
“Ja, erg moe.” ‘En van dit krankzinnige systeem’
“Okee…Eerste keer?”
“Ja”
“U had hier eigenlijk gisteren moeten zijn om u aan te melden.”
“Dat weet ik, maar ik wist niet dat ik er voor tien uur moest zijn.”
“Okee, dan schrijf ik die dag er gewoon bij.”
“Dank je.” ‘Ongelooflijk…dat doen ze dan weer wel.’
“Okee… hier heeft u uw gele kaart weer terug. Die moet weer terug naar je werkgever.”
‘Great, nog een ritje...’
Binnen twee minuten was ik weer buiten. En daarvoor wacht je dan twee uur?
Iris stond naast de deur van het kantoortje van de SVB-arts te wachten. Haar gezicht stond hetzelfde als het mijne: ongeloof in het kwadraat.
“Een nummertje om in de rij te mogen staan die je leidt naar een volgende rij die je weer in een volgende rij zet? For what???”
“Vraag het me niet… ik begrijp het ook niet.”
Mijn les voor vandaag: go with the flow… hoe traag, kronkelend en ‘uphill’ hij ook gaat… Je hebt simpelweg geen keus: ze gaan nooit harder voor je rennen en ga je niet mee, dan raak je verstrikt in alle troep en kom je nergens. En dat weten alle Antilianen… het is als Makamba gewoon een kwestie van afkijken… Maar hoe kinderlijk eenvoudig het mag klinken… het is hier de kunst van het leven.