Het nationale voetbalelftal van de Nederlandse Antillen won vorige week onverwacht de lastige uitwedstrijd in Managua tegen Nicaragua. Winnen de mannen van bondscoach Leen Looyen straks ook thuis, verslaan ze vervolgens Haïti en pakken ze in de voorronde voor het wereldkampioenschap daarna nog wat landen, dan gloort zowaar deelname in 2010 aan het WK in Zuid Afrika.
Maar bij die droom doemt wel een probleem op. Want in 2010 bestaat het land Nederlandse Antillen al lang niet meer.
De Antilliaanse vlag met de vijf sterren, voor elk eiland één, moet volgend jaar voorgoed zijn gestreken. Het gezamenlijk volkslied van Curaçao, Sint-Maarten, Bonaire, Saba en Sint-Eustatius kan het archief in. Een land met bijna 225.000 inwoners houdt op te bestaan, de streefdatum daarvoor is 15 december 2008.
Een legertje ambtenaren in Den Haag en op de eilanden is druk bezig met een unieke, duivels ingewikkelde operatie. Zonder precedent, want landen vielen meestal uiteen in oorlogstijd, zoals Joegoslavië. Of spleten onder invloed van een nieuwe wereldorde, zoals Tsjechoslowakije.
Het demonteren van de Nederlandse Antillen in nieuwe losse landen gebeurt echter in alle vrede volgens een voorbedacht plan. Met medewerking van alle betrokken partners binnen het Koninkrijk der Nederlanden, na een serie referenda op de eilanden en een akkoord dat in 2006 werd gesloten over een nieuwe staatkundige verhouding. Daarin worden Curaçao en Sint-Maarten onafhankelijk binnen het Koninkrijk, vergelijkbaar met de status aparte die Aruba nu al heeft. De drie kleinere eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba verlaten op hun beurt hun land om verder te gaan als een soort gemeente overzee van Nederland. Einde Nederlandse Antillen.
Dat vergt nogal wat geregel. Curaçao en Sint-Maarten worden dan wel onafhankelijk van elkaar, maar hebben onder druk van de Nederlandse regering moeten toegeven dat ze te klein zijn om alles helemaal apart te doen. Zo blijft er één centrale bank voor beide landen. Ze moeten verder accepteren dat er een gezamenlijk financieel controleorgaan komt, met onafhankelijke controleurs uit Nederland, Curaçao en Sint-Maarten. In ruil voor de 2,2 miljard euro schuldsanering die Nederland bij het afscheid biedt, wil Den Haag wel toezicht op een degelijk beheer van de kas.
Ook op justitieterrein houden de twee grootste eilanden een zekere onderlinge relatie, want ze houden één gezamenlijk Hof van Justitie, voor zaken in hoger beroep. En de huidige bijstand van Nederlandse rechters en officieren van justitie op de twee nieuw-onafhankelijke eilanden blijft ook gewoon in bestaan.
Minister Hirsch Ballin van justitie schuift deze week aan bij de delegatie van premier Balkenende en staatssecretaris Bijleveld om de afspraken over toekomstige justitiële samenwerking in het vat te gieten. Hij beseft daarbij dat Nederland niet zomaar zaken kan opleggen aan de eilandbestuurders van Curaçao en Sint-Maarten. Het koninkrijksstatuut schrijft immers voor dat dit soort gesprekken wordt gevoerd tussen gelijkwaardige partners, ook bij het demonteren van het land.
Bij zo’n versplinteringsproces komt een land merkwaardige praktische problemen tegen, ontdekken de ambtenaren en adviseurs die het moeten regelen. Om voorbeelden te noemen: de Nederlandse Antillen heeft nu een nationale post. Wie bezorgt straks na de boedelscheiding de brieven op de kleine rots Saba? En wat wordt het nieuwe internationale toegangsnummer voor de telefoon op die eilanden? Nog één: bedrijven op de Antillen hanteren net als in ieder land een nationaal nummer op hun producten, af te lezen via de streepjescode. Ook dat moet worden vernieuwd. Volkenrechtelijke problemen duiken er op omdat de eilanden via het bestaande Koninkrijksstatuut meedoen aan allerlei internationale verdragen die Nederland in de wereld heeft gesloten. Dat hoeft vaak niet wezenlijk worden veranderd, want het Koninkrijk blijft wel bestaan. Maar in naar schatting negenduizend van die internationale verdragen moeten toch wel punten en komma’s worden verzet om recht te doen aan de nieuwe onafhankelijkheid van Curaçao en Sint-Maarten en de gemeentelijke status van de drie kleintjes, die in het jargon de BES-eilanden gaan heten.
Dat zijn van die kleinere problemen waarvan de onderhandelaars zeggen dat niet alles tot in detail hoeft te zijn geregeld bij de slotondertekening eind dit jaar. Hun eerste zorg is zo goed mogelijk vast te leggen op welke manier Nederland op belangrijker terreinen blijft samenwerken in de nieuwe staatkundige verhouding: bij de rechtshandhaving, de financiële controle, de politiezorg en de kustwacht. Hun andere prioriteit ligt bij de aanpassing van eilandwetten en regels voor gezondheidszorg en het onderwijs, waarbij gewaarborgd moet worden dat zulke voorzieningen toegankelijk blijven voor alle inwoners van Curaçao en Sint-Maarten.
Bij alle blijvende overzeese samenwerking krijgen Curaçao en Sint-Maarten staatsrechtelijk gezien een lossere band met het oude moederland. Voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba geldt echter het omgekeerde. De BES-eilanden krijgen ieder een voor postkoloniale begrippen strakke relatie met Nederland. Dat schept weer andere problemen.
De drie kleintjes worden Nederlandse gemeenten, maar ook weer niet helemaal. Het is onhaalbaar om al de stipte Nederlandse wet- en regelgeving over aanrijtijden voor de brandweer, dierenrechten of woningbouw toe te passen in de Caraïben alsof het de Veluwe betreft. Die regeldruk is onhaalbaar op de kleine eilanden.
Omgekeerd krijgen de BES-inwoners ook niet alle lusten. Volgens economen zou het een drama zijn wanneer de bewoners daar recht kregen op uitkeringen naar het hoge Nederlandse niveau. Daarom worden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba volgend jaar niet bestempeld als ’gemeente’, maar als openbaar lichaam. Net zoals ooit bedacht werd voor nieuwe gemeenten in opbouw in de IJsselmeerpolders. Daar telden ook niet direct alle Haagse wetten en regels.
De onderhandelaars moeten dan wel weer nauwkeurig vaststellen welke strakke nationale Nederlandse regels met enige soepelheid worden gehanteerd op de kleine eilandgemeenten. Alle departementen in Den Haag hebben een lijst gemaakt: waarbij kunnen ze een oogje dichtknijpen en waarbij niet? Antilliaanse bouwwerken hoeven niet vorstbestendig te zijn, wel weer orkaanproef. Verkeer en Waterstaat in Den Haag kan misschien voor deze gemeenten soepeltjes bepaalde andere verkeersregels toestaan, maar het valt niet uit te leggen wanneer straks de veiligheid op de landingsbaan van Flamingo Airport (Bonaire) minder goed geregeld is dan op Schiphol. Die laatste eis wordt vooral een kluif voor het kortebaanvliegveld Saba, waar nu nog de spannendste landing ter wereld kan worden meegemaakt.
De regelaars op al die Haagse ministeries voorzien dat het implementeren van Nederlandse maatstaven in de eilandgemeenten hoe dan ook flink in de papieren gaat lopen en hebben inmiddels het kabinet gewaarschuwd dat hun budgetten omhoog moeten.
Koren op de molen van politici uit Nederland die het koloniale verleden nu eindelijk maar eens definitief de deur uit willen doen. Het Kamerlid Hero Brinkman van Wilders’ Partij voor de Vrijheid houdt nog altijd vol dat hij gewoon van de West af wil. In zijn idee kan het Nederlandse parlement – met tweederde meerderheid – beslissen om eenzijdig uit het Koninkrijk te stappen, waarna de eilanden pas echt op eigen kracht verder moeten.
Dat is in de huidige Haagse verhoudingen politiek onhaalbaar. Maar ook volgens veel volkenrechtelijke deskundigen kan Nederland nooit besluiten de Antillen echt los te laten. Waar gekoloniseerde landen wel het recht hebben op zelfbeschikkingsrecht los van het moederland, mag Nederland als voormalige kolonisator nimmer de eilanden van zich afduwen, zeggen zij.
Het komende einde van het land Nederlandse Antillen verandert dáár niets aan. Nederland houdt gewoon een lossere of strakkere band met de Koninkrijksbevolking in de Caraïben (bron:
maandag 11 februari 2008
Abonneren op:
Berichten (Atom)